| Schematisch
is de indeling als volgt:
Onder stapsparring wordt verstaan de vorm
van sparring, waarbij in een bepaalde
volgorde van aanval en verdediging
technieken geoefend worden. De bedoeling van
deze trainingsvorm is een overgang te creëren
van de fundamentele oefeningen (de basis
oefeningen) naar het vrije gevecht. Door het
trainen met een tegenstander kom de snelheid
van de reactie, de timing en de balans van
de beoefenaar uitgebreid aan bod.
De sparringsoefeningen zijn dusdanig
ontworpen zodat zij enigszins binding hebben
met de tuls. Verder zijn de oefeningen ook
uitermate geschikt om tot in de perfectie de
aanvals- en verdedigingstechnieken met een
partner door te nemen. De meest geavanceerde
vormen van de partneroefeningen (zoals de
voet sparring en het half vrij sparren)
vormen een goede basis voor de toepassing
van technieken met een hoge
moeilijkheidsgraad.
Buiten de toepassing in de wedstrijdsport
dient het vrije gevecht getraind te worden
als een logisch vervolg op de
partneroefeningen. Alhoewel niet
noodzakelijk, is het wel wenselijk dat een
taekwon-do beoefenaar bij het doorlopen van
de beginners graden enige malen deelneemt
aan een taekwon-do wedstrijd. De eerste
confrontatie met een veelal vreemde
tegenstander, het proeven van de
wedstrijdsfeer en het onder spanning
toepassen van de aangeleerde technieken zijn
namelijk van groot belang voor de verruiming
van de taekwon-do beoefenaar. Maar ook
doorzettingsvermogen, zelfdiscipline en
sportiviteit zijn zaken die nauw verbonden
zijn met het wedstrijdsparren en derhalve
getraind of ervaren dienen te worden.
Daarentegen blijft het voor hoger
gegradueerden, die niet meer aan wedstrijden
deelnemen ook wenselijk dat zij regelmatig
de aangeleerde vaardigheden van het sparren
in praktijk brengen. Voor hun geldt dat
inzicht, reactievermogen en technische
vaardigheid belangrijker zijn dan het scoren
van punten.
Ongeoorloofde aanvalsdoelen:
Achterhoofd (alleen bij handtechnieken);
nek, keel en hals; oksels; rug; beneden de
band.
Geoorloofde technieken:
Alle voettechnieken; de volgende
handtechnieken: vuiststoot;
rugkantvuistslag; omgekeerde meshandslag.
Puntentelling:
- punt voor een geoorloofde handtechniek
(midden óf hoog);
- punten voor een voettechniek (midden);
- punten voor een voettechniek (hoog).
Waarschuwingen:
De deelnemers krijgen een waarschuwing,
zodra zij:
- aanvallen op een ongeoorloofd doel;
- aanvallen met een ongeoorloofde
techniek;
- de tegenstander vasthouden;
- het gevecht ontwijken;
- de rug toekeren;
- tijdrekken;
- zich buiten het wedstrijdvlak begeven;
- simuleren van pijn;
- duwen met hand(en), schouder of
lichaam;
- vallen door balansverlies;
- ongecontroleerd strijden óf inlopen
zonder techniek;
- aanvallen onder de band óf
onopzettelijk voor de eerste keer raken
onder de band;
- strijden zonder zicht op het raakvlak
(dus met het hoofd omlaag of opzij
gericht).
Minpunten:
Minpunten worden gegeven, als de deelnemer:
- de tegenstander te krachtig raakt óf
opzettelijk raakt van een vitaal punt;
- de tegenstander werpt;
- een ongeoorloofd aanvalsdoel raakt;
- de tegenstander raakt met een
ongeoorloofde techniek;
- de tegenstander aanvalt, terwijl deze
zich op de grond begeeft;
- doorgaat na een stopteken van de
matscheidsrechter;
- reeds een waarschuwing heeft gekregen
(elke 2e waarschuwing is 1 minpunt).
Het wedstrijdvlak:
- De afmeting van het wedstrijdvlak
bedraagt 8 x 8 meter;
- Aan de kopzijde staat de jurytafel,
voor de tijdwaarnemer(ster) en een
administratief medewerker(ster);
- Op elke hoek (net buiten het
wedstrijdvlak) zit een scheidsrechter;
de 'hoekers';
- De scheidsrechter op het wedstrijdvlak
wordt de 'matter' genoemd;
- De coaches van de deelnemers staan aan
de zijkant van het wedstrijdvlak;
- De deelnemers starten in het midden
van het wedstrijdvlak.
De wedstrijdduur:
De wedstrijdduur is afhankelijk van de
klasse (B, A of AA), leeftijd én geslacht.
Hieronder is de wedstrijdduur aangegeven in
minuten, inclusief de onderbrekingen van de
matscheidsrechter (tenzij deze aangeeft de
tijd te stoppen):
| Jeugd / junioren B |
1 x 1,5 min. |
2 x 1,0 min. (0,5 min. pauze) |
| Jeugd / junioren A |
1 x 1,5 min. |
2 x 1,5 min. (0,5 min. pauze) |
| Dames B |
1 x 1,5 min. |
2 x 1,5 min. (0,5 min. pauze) |
| Heren B / Dames A |
1 x 2,0 min. |
2 x 2,0 min. (0,5 min. pauze) |
| Heren A (AA) |
1 x 3,0 min. |
2 x 3,0 min. (0,5 min. pauze) |
Indien noodzakelijk kan de Wedstrijd
Organisatie Commissie, of door haar
aangewezen personen die als zodanig
fungeren, een andere wedstrijdduur bepalen.
Ook kan het aantal ronden in de finale
beperkt worden tot een.
Leeftijdscategorieën:
| Jeugd |
tot en met 14 jaar (jongens /
meisjes) |
| Junioren |
15 jaar tot en met 17 jaar
(jongens) |
| Senioren dames |
15 jaar en ouder |
| Senioren heren |
18 jaar en ouder |
Voor deelname aan wedstrijden is de
leeftijd ten tijde van de wedstrijd bepalend
(en dus niet op het moment van inschrijven).
Deze regel geldt niet indien er sprake is
geweest van kwalificatie. In dat geval geldt
de leeftijd ten tijde van de kwalificatie.
Graduatiecategorieën:
| B-klasse |
8e tot en met de 5e kub |
| A-klasse |
4e kub tot en met de 1e dan |
| AA-klasse |
2e dan en hoger |
Equipment:
Deelnemers aan een wedstrijd onder auspiciën
van Stichting Taekwon-do International
Nederland zijn verplicht de volgende
bescherming te dragen:
- Een hoofdbeschermer;
- Een kruisbeschermer voor mannelijke
deelnemers (onder de dobok);
- Hand- en voetbeschermers;
- Zachte scheenbeschermers;
- Gebitbeschermer.
Hiernaast wordt het dragen van de
volgende bescherming toegestaan:
- Een kruisbeschermer voor vrouwelijke
deelnemers;
- Een borstbeschermer voor vrouwelijke
deelnemers.
Afwijkende of additionele bescherming is
toegestaan, mits:
- De deelnemer in het bezit is van een
geldige medische indicatie;
- De algemeen hoofdscheidsrechter een
"geen bezwaar" verklaring
heeft afgegeven;
- De bescherming niet leidt tot een
duidelijk voordeel ten opzichte van de
tegenstander(s).
Het is verboden een bescherming te dragen
die gevaar kan veroorzaken en of schade kan
toebrengen aan anderen. De equipement dient
in deugdelijke staat te zijn.
De diverse beschermingsmaterialen moeten
zijn goedgekeurd door het Nationaal
Wedstrijd Team (NWT). Dit zal geschieden
indien de equipement aan de volgende eisen
voldoet:
Algemeen
- De equipement moet gemaakt zijn van
zacht materiaal waarvan de trefvlakken
een dikte moeten hebben van 2 - 4
centimeter.
- De equipement moet een goede pasvorm
hebben zodat deze niet op ongewenste
momenten uitgaat.
- Er mogen geen scherpe of harde
onderdelen aan zitten.
- Het materiaal mag niet ruw zijn.
De handbeschermer:
- De vingers en de duim moeten zijn
ingesloten.
- De binnenkant van de hand moet
zichtbaar zijn i.v.m. controle op
bandages. Dus geen bokshandschoenen.
De voetbeschermer:
- Vanaf de bovenzijde van de enkel tot
de voetzool en de onderzijde van de
tenen moet alles omsloten zijn.
De scheenbeschermer:
- Deze mag een maximale lengte hebben
van de onderkant van de knieschijf tot
aan de bovenkant van de voetbeschermer.
- Deze dient uit een geheel te bestaan.
- De scheenbeschermer dient onder de
dobok te worden gedragen.
De hoofdbeschermer:
- Er mag geen bewegingsbeperking worden
veroorzaakt; het aangezicht dient vrij
te blijven.
- De hoofdbeschermer dient de zij- en
achterkant van het hoofd zo te
beschermen dat deze niet het
vloeroppervlak kan raken.
De borstbeschermer:
- Deze mag geen bewegingsbeperking
veroorzaken.
- Deze dient uit een geheel te bestaan.
- De borstbeschermer dient onder de
dobok te worden gedragen.
|